Geldigheid per gebied
Een bewonersontheffing is geldig voor de blauwe zone waar de bewoner woonachtig is en waarvoor de ontheffing door het college is verleend.
Een bedrijfsontheffing is geldig voor de blauwe zone waar het bedrijf is gevestigd en waarvoor de ontheffing door het college is verleend.
Een bezoekersontheffing is geldig voor de blauwe zone waar de bewoner woonachtig is en waarvoor de ontheffing door het college is verleend.
Indien de aanvrager van een ontheffing kan aantonen dat het noodzakelijk is dat, de af te geven ontheffing ook geldig moet zijn voor andere blauwe zones dan, die waarin de aanvrager woonachtig is of bedrijf voert, kan van de onder de punten 1 t/m 3 genoemde regel worden afgeweken.
De ontheffingen voor alle blauwe zones zijn geldig vanaf 1 maart van het jaar van aanvraag tot 1 maart van het daarop volgende jaar.
Parkeren met een ontheffing is van toepassing op de daarvoor vastgestelde parkeertijden, zonder tijdslimiet.
Per zelfstandige woning worden maximaal 2 bewonersontheffingen afgegeven;
Aantal eigen / gehuurde parkeerplaatsen waarover men beschikt, wordt afgetrokken van het aantal bewonersontheffingen waarvoor men in aanmerking komt;
Bewoners, woonachtig in een blauwe zone kunnen per woonadres één account aanvragen voor het verlenen van ontheffing tot maximaal 100 uur extra parkeertijd per jaar voor bezoekers;
Via de account kan een bezoeker worden aangemeld door het invoeren van het kenteken van het voertuig waarmee in de blauwe zone wordt geparkeerd.
Het aantal tegelijkertijd per account te verlenen bezoekersontheffingen bedraagt voor woonadressen maximaal 2 per woonadres.
Regels aanvragen en verlenen bedrijfsontheffingen
Een ontheffing moet schriftelijk worden aangevraagd op een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier of via de digitale parkeerbalie (webshop).
De ondernemer is de aanvrager.
Het bedrijf moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het vestigingsadres ligt in één van de blauwe zones.
Het bedrijf kan in overleg met de gemeente meerdere kentekens koppelen aan één parkeerontheffing, door daarbij gebruik te maken van een digitale kentekenpoule.
Regels aantal te verlenen bedrijfsontheffingen
Eigen /huur parkeergelegenheid wordt afgetrokken van het aantal ontheffingen waarvoor men in aanmerking komt.
Het aantal te verlenen ontheffingen bedraagt maximaal 2 per bedrijf.
In geval een bedrijf van mening is dat een goede bedrijfsvoering niet mogelijk is met bovengenoemd aantal ontheffingen, kan een gemotiveerd schriftelijk verzoek worden ingediend bij het college voor een hoger aantal ontheffingen.
Nadere regels bewoners-, bezoekers en bedrijfsontheffingen op kenteken
De bewoners- en bezoekersontheffing wordt verleend op een autokenteken.
De bedrijfsontheffing wordt verleend op een autokenteken waarbij gebruik gemaakt kan worden van een kentekenpoule.
Bij aanschaf van een andere auto, is men zelf verantwoordelijk voor het wijzigen van het kenteken dat is verbonden aan de ontheffing of vermeld staat in de kentekenpoule. Men regelt dit bij het parkeerservicebureau of zelf op de digitale webshop.
Bij een vervangende auto (reparatie, schade aan eigen auto) moet het tijdelijke autokenteken worden gewijzigd op de ontheffing. Men regelt dit bij het parkeerservicebureau of zelf via de digitale webshop.
Algemene regels ontheffingen
1. Er wordt geen fysieke ontheffingspas afgegeven.
2. Digitale ontheffingen zijn uitsluitend geldig op het geregistreerde kenteken op de ontheffing. Men is zelf verantwoordelijk voor het wijzigen van het kenteken.
3. De bewoners en bedrijfsontheffing wordt afgegeven voor de periode van 1 maart van het jaar van aanvraag tot 1 maart van het daaropvolgende jaar.
6. Een ontheffing wordt niet automatisch verlengd. Men is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van een nieuwe ontheffing.
Intrekken ontheffingen
Het college kan een ontheffing intrekken:
1. wanneer de ontheffinghouder van de ontheffing niet (meer) voldoet aan de gestelde regels;
2. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;
3. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen;
4. wanneer de ontheffinghouder van de ontheffing in strijd handelt met de aan de ontheffing verbonden regels of beperkingen;
5. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
6. om redenen van algemeen belang.